Telogen effluvium: waarom stress je haar laat uitvallen
Je wast je haar en je hand zit vol. Of je ziet het op je kussen 's ochtends. Het begint opeens, zonder duidelijke aanleiding. Je hebt geen kale plekken, maar er valt gewoon veel meer uit dan normaal. Dit is een van de meest voorkomende vormen van haaruitval bij mannen onder de veertig, en ook een van de minst begrepen: telogen effluvium.
Wat is telogen effluvium?
Haar groeit in cycli. De groeifase (anageen) duurt twee tot zes jaar. Daarna gaat een haar de rustfase in (telogeen), om na een paar maanden vanzelf uit te vallen en plaats te maken voor een nieuw haar.
Normaal zit zo'n 85 tot 90 procent van je haar in de groeifase. De rest zit in de rustfase. Bij telogen effluvium gooit je lichaam dit percentage overhoop. Door een trigger schuift een groot deel van de haarzakjes tegelijk naar de rustfase. Twee tot vier maanden later vallen die haren uit, allemaal in korte tijd.
Je verliest dus geen haar omdat je haarzakjes kapotgaan. Je verliest haar omdat je lichaam ze tijdelijk op pauze heeft gezet.
Wat veroorzaakt het?
Telogen effluvium ontstaat altijd door een lichamelijke of psychische trigger. De meest voorkomende:
Acute stress. Een ingrijpende gebeurtenis, zoals een scheiding, overlijden of ontslag, kan een trigger zijn. Het lichaam reageert op stress door energie te herverdelen, en haargroei is niet essentieel voor overleven.
Ziekte of koorts. Een zware griep, Covid-19 of een andere infectie waarbij je koorts hebt gehad, kan weken later leiden tot opvallende haaruitval.
Operaties of medische behandelingen. Narcose en het herstelproces na een operatie staan bekend als triggers.
Snel gewichtsverlies of crash-diëten. Als je lichaam te weinig eiwitten of calorieën binnenkrijgt, wordt haargroei uitgesteld. Dit zie je ook bij streng caloriebeperkt eten over langere tijd.
Voedingstekorten. IJzer, zink en vitamine D worden het meest gelinkt aan telogen effluvium. Niet elke man met een tekort krijgt het, maar bij een combinatie van factoren kan het meewerken.
Schildklierproblematiek. Zowel een te traag als een te snel werkende schildklier kan haaruitval veroorzaken.
Het kenmerkende aan al deze triggers: de haaruitval begint niet direct. Er zit twee tot vier maanden tussen de oorzaak en het moment dat je het merkt. Daardoor is de verbinding vaak moeilijk te leggen.
Hoe herken je het verschil met erfelijke kaalheid?
Dat is de vraag die de meeste mannen zich stellen. En het is een terechte vraag, want de behandeling is fundamenteel anders.
Enkele kenmerken die op telogen effluvium wijzen:
De haaruitval begint plotseling en is diffuus. Het gaat niet om een terugtrekkende haarlijn of dunner worden op de kruin, maar om algemeen dunnere haargroei over het hele hoofd.
Je vindt haren met een witte bolletje aan het uiteinde. Dit zijn haren die in de rustfase zaten en op het normale moment zijn uitgevallen, niet afgebroken.
Je kunt een trigger aanwijzen. Denk terug: was je twee tot vier maanden geleden erg ziek, had je een moeilijke periode, of ben je snel afgevallen?
Je bent jonger dan veertig en hebt geen familiegeschiedenis met kaalheid.
Bij erfelijke haaruitval (androgenetische alopecia) is het patroon anders: het trekt terug bij de slapen, of de kruin wordt dunner, en het gaat geleidelijk over jaren.
Uiteraard kunnen beide tegelijk voorkomen. Iemand met aanleg voor erfelijke kaalheid kan ook telogen effluvium hebben, wat de haaruitval tijdelijk versnelt.
Hoe lang duurt het?
In de meeste gevallen herstelt telogen effluvium vanzelf. Zodra de trigger is opgelost, gaan de haarzakjes terug naar de groeifase. Dat herstel duurt gemiddeld drie tot zes maanden. De haaruitval stopt eerder dan dat je het nieuwe haar ziet groeien, wat verwarrend kan zijn.
Chronisch telogen effluvium, waarbij de haaruitval langer dan zes maanden aanhoudt, komt minder voor en heeft vaak een onderliggende oorzaak die nog niet is opgelost, zoals een aanhoudend voedingstekort of onbehandelde schildklierproblematiek.
Wat kun je doen?
De eerste stap is uitzoeken wat de trigger was. Als je een voor de hand liggende oorzaak hebt, zoals een zware ziekte of een periode van weinig eten, dan weet je dat herstel waarschijnlijk vanzelf komt.
Als je geen duidelijke oorzaak hebt, is een bloedtest zinvol. Laat in ieder geval ferritine (ijzerreserves), vitamine D en schildklierfunctie controleren bij je huisarts. Ferritine is hierbij belangrijker dan serum-ijzer: je kunt normale ijzerwaarden hebben maar toch lage reserves.
Zorg voor voldoende eiwitten. Haar bestaat voor het grootste deel uit keratine, een eiwit. Bij te weinig eiwitinname, onder de 1 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag, kan haargroei vertraging oplopen.
Slaap, herstel en stressreductie zijn geen vage adviezen. Chronische slaapgebrek en langdurige stress houden het cortisolniveau verhoogd, wat haargroei direct beïnvloedt.
Kan een serum helpen?
Telogen effluvium is primair een inwendig probleem, dus een serum lost de oorzaak niet op. Maar zodra de trigger is weggenomen en de haarzakjes terugkeren naar de groeifase, kan ondersteuning van buitenaf zinvol zijn.
Ingrediënten als Redensyl en cafeïne, zoals die in het Hairborn Groei Serum zitten, werken op de haarzakjes zelf. Ze stimuleren de anagene fase en verbeteren de doorbloeding van de hoofdhuid. Dat is geen vervanging voor het aanpakken van de oorzaak, maar kan het herstelproces ondersteunen zodra je lichaam klaar is om haar te laten groeien.
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar je huisarts als de haaruitval langer dan zes maanden aanhoudt, als je geen duidelijke trigger kunt aanwijzen, als de haaruitval gepaard gaat met andere klachten zoals vermoeidheid of gewichtsverandering, of als je ook haaruitval in de wenkbrauwen of andere lichaamsdelen ziet.
Een dermatoloog kan eventueel een trichoscopie of biopsie doen om de diagnose te bevestigen als er twijfel is.
Kort samengevat
Telogen effluvium is tijdelijke haaruitval die twee tot vier maanden na een trigger begint. Het gaat in de meeste gevallen vanzelf over als de oorzaak is weggenomen. Het verschilt van erfelijke kaalheid in patroon, timing en herstel. Een bloedtest, voldoende eiwitten en het aanpakken van de onderliggende oorzaak zijn de meest zinvolle stappen.